Interfederaal agentschap verzekert de toekomst van de ruimtevaartindustrie

Door Elke Sleurs op 25 november 2016, over deze onderwerpen: Wetenschapsbeleid
Aarde

Er wordt een interfederaal ruimtevaartagentschap met rechtspersoonlijkheid opgericht. In het Interfederal Space Agency of Belgium, kortweg ISAB, worden alle federale middelen en personeel inzake ruimtevaart gegroepeerd. Ook de Gewesten worden erbij betrokken.  Dat heeft de ministerraad vandaag beslist op voorstel van staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid Elke Sleurs. ISAB zal operationeel zijn in 2017. 

De context

De ruimtevaartsector verschuift van een technologisch-wetenschappelijke sector naar een “gebruikers”-sector, waarbij toepassingen steeds belangrijker worden. Voorbeelden zijn de communicatiesatellieten (mobiele telefonie, internet, …), satellietnavigatie (gps, verkeersinformatie, …) of het gebruik van observatie satellieten (weersvoorspelling, ruimtelijke ordening, monitoren van vegetatie, …). Veel van die bevoegdheden zijn deelstatelijk. Dus moet de federale structuur zich aanpassen om op zijn minst structureel te kunnen overleggen met de deelstaten. Dat is momenteel niet het geval.

Ook is het ruimtevaartbeleid lang toegespitst gebleven op samenwerking met ESA. Bij deelname aan ESA-projecten vloeien investeringen volgens het geo-return-principe terug naar België onder de vorm van industriële contracten. Dat betekent dat het geld dat de federale overheid investeert in ruimtevaartprogramma’s dus terugvloeit naar ons land onder de vorm van contracten voor de industrie en de Belgische wetenschappers. Voor 1 euro die België investeert vloeit er 6 euro terug naar de economie. De Belgische bijdrage aan ESA bedraagt 190 miljoen euro. Met andere programma’s erbij is het totaalbudget om en bij de 200 miljoen euro. In verhouding tot het bruto binnenlands product heeft België met deze investeringsinspanning de 8ste plaats op de wereldranglijst.

Het ruimtevaartlandschap maakt recent echter grondige veranderingen door. Sinds het Verdrag van Lissabon heeft de Europese Unie ruimtevaartbevoegdheden gekregen. De EU voert die bevoegdheden inmiddels ook uit, met de inzet van aanzienlijke budgetten en dit volgens het principe van de vrije mededinging. Dat betekent dat het contract wordt toegewezen aan de beste bieder, wat inhoudt dat de grote industriële EU-contracten vaak naar de grote spelers gaan, inclusief de subcontracten die ESA traditioneel aan kleinere spelers, zoals België, toekent in het kader van de geo-return. 

Bijvoorbeeld: de EU wil weten welk soort elektrische raketmotor moet worden ontwikkeld en lanceert een call om de technische vereisten van dergelijke motoren te definiëren. Aan een dergelijke call kan geen enkele Belgische actor deelnemen met enige kans op slagen. Het Franse ruimtevaartagentschap heeft van zijn kant een consortium gevormd met het Duitse ruimtevaartagentschap en het Spaanse ruimtevaartagentschap om hierop te antwoorden en zij hebben de call gewonnen. Via ingewikkelde constructies heeft België toch kunnen deelnemen aan het consortium, maar dit zal in de toekomst met de huidige structuren met zekerheid moeilijker worden. De return naar de Belgische industrie komt dus in het gedrang.

Wereldwijd komen er met b.v. China en India ook nieuwe spelers bij.

“Dat vergt dus een heel andere aanpak en mentaliteit van het federale ruimtevaartbeleid”, zegt staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid Elke Sleurs. “Bij een status-quo dreigt België immers ruimtevaartcontracten te verliezen. De ruimtevaartsector in België telt momenteel een 60-tal bedrijven met een jaarlijkse omzet van ongeveer 350 miljoen euro. De sector stelt een 2.000 mensen tewerk, zowel hoog- als laaggeschoolde arbeidskrachten.” 

De meerwaarde

Het interfederaal ruimtevaartagentschap zorgt voor meer flexibiliteit op verschillende vlakken en zal het mogelijk maken om het maximum te halen uit de investering in ruimtevaart:

ISAB moet de mogelijkheid bieden op alle niveaus (ESA, EU, regionaal…) financiële middelen te ontvangen en te beschikken over een meerjarig, flexibel financieel kader dat het beheer van programma’s die over meerdere jaren gespreid zijn, mogelijk maakt. De federale overheid werkt immers met jaarlijkse begrotingen wat weinig compatibel is met de bestaande ruimtevaartprogramma’s. 

Het interfederale karakter laat toe de deelstaten nauwer bij het ruimtevaartbeleid te betrekken.

Er zal een flexibeler personeelsbeleid kunnen gevoerd worden. ISAB zal soepeler en sneller mensen kunnen aanwerven en goede profielen kunnen behouden. 

Het zorgt bovendien voor een eenvoudiger beheerstructuur en gaat versnippering tegen. ISAB neemt immers niet alleen de directie Lucht- en ruimtevaarttoepassingen van de POD Wetenschapsbeleid over, maar ook de activiteiten met bijhorende middelen die nu worden waargenomen of uitgevoerd door:

  • de dienst van de Hoge Vertegenwoordiger van België voor het Ruimtevaartbeleid ;
  • het Belgian Users Support and Operations Centre, B-USOC;
  • het educatieve partnerschap ESA-Gemeenschappen, ESERO;
  • de dienst voor satellietnavigatie- en plaatsbepalingsprogramma’s binnen de FOD Mobiliteit;
  • de diensten voor ruimtevaartprojecten binnen het Ministerie van Defensie;
  • de Competent PRS Authority (Public Regulated Service), die de Nationale Veiligheidsoverheid nu tijdelijk waarneemt;
  • de activiteiten die te maken hebben met de financiering van de bijdrage aan en de vertegenwoordiging van België binnen EUMETSAT , ESO  en ECMWF.

Het Interfederal Space Agency of Belgium, kortweg ISAB, verzekert de toekomst van de Belgische ruimtevaart en de bijhorende industrie.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
3
De gemiddelde score is